In het kort
GEO-expertise versterkt datagedreven werken door bestaande kennis, datakwaliteit en disciplines beter te verbinden.
Danny Baars
GEO
October 19, 2026
GEO is binnen veel overheidsorganisaties verder ontwikkeld dan men zich realiseert. Toch wordt die kennis en expertise nog lang niet altijd meegenomen in de bredere ontwikkeling naar datagedreven werken.
Datagedreven werken staat hoog op de agenda. Organisaties werken aan datastrategieën, dashboards, datakwaliteit, AI en nieuwe manieren om data in te zetten voor beleid en dienstverlening.
Maar wanneer we kijken naar de rol van GEO hierin, blijkt die verbinding niet altijd vanzelfsprekend.
En dat is zonde.
Veel meer dan kaarten maken
Een GEO- of GIS-afdeling wordt soms nog vooral gezien als de plek waar kaarten worden gemaakt, ruimtelijke informatie wordt beheerd of zelfs puur als mutatieverwerker.
Maar de vaardigheden, kennis en expertise die daar aanwezig zijn, gaan veel verder.
GEO-professionals werken dagelijks met:
- Datastandaarden en definities: hoe gegevens zijn opgebouwd en vastgelegd.
- Datakwaliteit: de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van gegevens.
- Datakoppelingen: het combineren van verschillende databronnen.
- Data-analyse en visualisatie: het vertalen van gegevens naar bruikbare inzichten.
De vraag is vooral: wordt die kennis ook benut buiten het traditionele GEO-domein?
Daarbij gaat het niet alleen om klassieke ruimtelijke vraagstukken. Ook thema's als het sociaal domein, KCC, openbare orde en veiligheid of afval kunnen baat hebben bij het ruimtelijke perspectief en de expertise die binnen GEO aanwezig zijn.
Een andere blik op data
GIS-specialisten zijn vaak opgeleid en gevormd vanuit een andere manier van kijken naar data. Een manier waarin datastandaarden, definities, bronregistraties, actualiteit, nauwkeurigheid, geometrie en de herkomst van gegevens een belangrijke rol spelen.
Waar verschillende perspectieven botsen
Waar een data-analist een geografisch gegeven misschien vooral ziet als een extra dimensie in een analyse of als een extra kolom in een Power BI-rapportage, kijkt een GEO-specialist vaak kritischer naar wat die data precies betekent, waar deze vandaan komt, hoe deze is opgebouwd en of je gegevens wel op de juiste manier met elkaar kunt combineren.
Dat verschil kan voor frictie zorgen.
GEO-specialisten worden daardoor soms gezien als lastig. Of, iets vriendelijker gezegd: als mensen die veel vragen stellen en het proces ingewikkelder maken.
Kritische vragen als kwaliteit
Maar vaak zit daar juist waardevolle expertise achter.
De manier waarop GEO-specialisten met data omgaan, komt niet uit het niets. Er zijn duidelijke redenen waarom zij kritisch zijn op definities, kwaliteit, standaarden en de manier waarop data wordt gebruikt.
Daar kunnen andere datateams juist van leren.
Integreer de kwaliteit, niet omzeilen
Dat betekent niet dat iedere GEO-werkwijze één op één moet worden overgenomen. Wel dat we moeten kijken welke kwaliteiten we kunnen meenemen in de bredere ontwikkeling naar datagedreven werken.
Daar wordt niet alleen GEO beter van. De hele dataorganisatie wordt er sterker van.
En zo bouw je bruggen tussen disciplines, in plaats van nieuwe muren tussen afdelingen.
Kijk eerst wat je al in huis hebt
Diezelfde gedachte zien we terug wanneer organisaties GEO-vraagstukken bij externe partijen neerleggen.
Soms wordt externe expertise ingeschakeld, terwijl de benodigde kennis en data al binnen de organisatie aanwezig zijn. Niet omdat die kennis ontbreekt, maar omdat onvoldoende zichtbaar is welke kennis en kunde al in huis is.
Dat is een gemiste kans.
Externe expertise kan uiteraard veel toevoegen. Soms is die kennis simpelweg nodig. Maar voordat een vraagstuk buiten de deur wordt gelegd, is het de moeite waard om eerst drie vragen te stellen:
- Welke kennis hebben we zelf al in huis?
- Welke data hebben we al beschikbaar?
- Welke expertise kunnen we met elkaar verbinden?
Daar ligt een kans om niet alleen efficiënter te werken en data en kennis in eigen huis te houden, maar ook tijd en geld te besparen.
Bovendien zorgt het waarderen van de expertise van collega's voor meer betrokkenheid, inzet en motivatie en mogelijk minder weerstand.
GEO loopt soms ook voorop
Tegelijkertijd is het belangrijk om niet te doen alsof GEO binnen de overheid overal achterloopt.
Er zijn organisaties die juist al jarenlang investeren in hun GEO-informatievoorziening en daarin ver zijn ontwikkeld.
Zij werken met gestandaardiseerde data, geavanceerde analyses, 3D-modellen, digital twins en steeds meer integratie met andere databronnen.
Daar laat GEO zien wat er mogelijk is wanneer ruimtelijke informatie niet als een afzonderlijk domein wordt gezien, maar als onderdeel van de bredere informatie- en datastrategie.
Van GEO als aparte discipline naar onderdeel van datagedreven werken
Misschien is dat wel de belangrijkste stap.
Niet GEO naast datagedreven werken. Niet GEO als aparte expertise die pas wordt betrokken wanneer er een kaart nodig is.
Maar GEO als volwaardig onderdeel van de manier waarop een organisatie met data werkt.
Dat vraagt om verbinding.
- Tussen GEO-specialisten en data-analisten.
- Tussen bronhouders en beleidsmakers.
- Tussen bestaande kennis en nieuwe technologie.
En vooral om de bereidheid om elkaars expertise serieus te nemen.
Die ene kritische vraag kan er juist voor zorgen dat je een structureel kwalitatief beter antwoord krijgt.
Niet GEO tegenover data, maar GEO als onderdeel van datagedreven werken. De kennis is er vaak al. Het is vooral zaak om die kennis met elkaar te verbinden.

.jpg)

